Demi Vollering weet wat werken is

Haar ouders hebben een tuindersbedrijf in Pijnacker. Demi Vollering leerde er enkele simpele dingen: werken hoort erbij en als je wat verdienen wil, dan steek je je handen uit de mouwen. Even zat dat arbeidsethos de renster van SD Worx in de weg. Want ze wilde fietsen, maar ook de bedrijven waarvoor ze bloemschikster was niet teleurstellen. Drieënhalf jaar geleden ging voorzichtig de knop om. Toen ging het snel. Vollering reed in 2019 al haar eerste WK, werd een jaar later een vaste waarde voorin de klimkoersen. Dit jaar volgde de zege in Luik-Bastenaken-Luik én een uitverkiezing voor de Olympische Spelen in Tokyo. Vollering beleeft haar wielerdroom ten volle.
Wat zijn de pijlers onder die route van clubwedstrijden naar Tokyo? We zetten ze op een rij.

“We hadden niet echt zakgeld. We moesten voor ons geld werken.”

Demi Vollering

Thuis in Pijnacker
“Mijn vader is tuinder. In zo’n bedrijf is het altijd hard werken. Mijn vader moet altijd ‘aan staan’. Een dagje niets doen is er niet bij. Hij moet de bloemen water geven en er ’s nachts eventueel uit voor een storing. Zo zijn we ook opgegroeid, dat je veel en hard moet werken. Toen ik jong was, wist ik niet beter dan dat we in vakanties en weekenden mijn vader gingen helpen. We hadden niet echt zakgeld. We moesten voor ons geld werken. Ik ben er nooit boos of teleurgesteld over geweest. Ik vond het eigenlijk altijd alleen maar goed. Dat is belangrijk geweest in mijn jeugd en het helpt in een topsportleven.”

Sporten hoort erbij
“Ik heb de MBO-opleiding ‘Flower Design’ gevolgd. Daarna heb ik twee jaar gewerkt in verschillende bloemenwinkels en bij mijn vader in de tuin als ik tijd over had. Toen ik klaar was met school, besloot ik twee jaar vol voor de sport te gaan. Maar uiteindelijk kon ik bij al mijn stagebedrijven aan de slag. Toen ik mijn vriend leerde kennen, zag hij wel dat ik talent voor fietsen had. Maar ik schaatste ook en dat vond ik toen misschien wel leuker. Ik had een leuk groepje waar ik mee trainde. In het wielrennen miste ik dat toen. Ik had ook niet echt een trainer. Het wielrennen zat minder in mijn systeem. In het schaatsen had ik ritme met trainingen en wedstrijden rijden. Ik heb wel altijd gedroomd van het wielrennen. Als klein kind was ik altijd al aan het racen op een gewoon fietsje door de straat met vriendinnetjes. Ik wilde altijd wedstrijden fietsen. Via mijn vriend ging ik erin geloven. Mijn ouders sportten zelf niet echt in clubverband. Vroeger waren zij als tuinderskind altijd aan het werk. Mijn moeder was altijd heel fanatiek op de sportschool, naar haar idee was er destijds geen mogelijkheid tot wielrennen voor vrouwen. Ze zegt ook wel eens ‘als ik in jouw tijd jong was geweest, had ik ook willen fietsen’. Dat lag toen niet zo voor de hand.”

Definitief gaan fietsen
“Ik had in de winter van 2017-2018 een slecht schaatsseizoen gehad. Ik haalde geen persoonlijke records (pr’s) meer en zo. Normaal rijd je tot eind maart op de ijsbanen, nu begon ik al eerder op de fiets te trainen. Voor het eerst vertrok ik naar Spanje op trainingskamp. Ik werd er ziek, dus dat deed niet heel veel. Maar toch, vanaf dat ik die winter bij Swabo met Stefan van Klink ging trainen ging het heel hard. Dat jaar ging ik ook weekenden naar de Ardennen om te trainen. De klimmen opzoeken om daar de blokjes te doen. Ik ging toen ook regelmatig naar Zwitserland omdat mijn vriend daar naartoe verhuisde. Dat jaar ging ik als een raket eigenlijk. Ik trainde daarvoor achteraf niet genoeg, maar dat was alleen maar mooi omdat er nu daardoor veel ruimte was om te groeien. Ik werkte daarvoor heel veel en dan probeerde ik ’s avonds nog een uurtje te fietsen. Ik wilde alles altijd heel goed doen. Uiteindelijk toen ik stopte met werken en het schaatsen achter me liet, ging ik doelgerichter trainen maar ook leven. Je hebt genoeg slaap en je rust genoeg. Dat is uiteraard ook heel belangrijk. Je kunt dan beter op je eten letten.”

“Iedereen van de ploeg is in deze fase van mijn loopbaan heel belangrijk, ik leer nog altijd heel veel.”

Demi Vollering

Stimulans om door te gaan
“Mijn vriend is heel belangrijk geweest in dat proces om er echt voor te gaan. Het is goed dat hij mij dat schopje gegeven heeft. Bij Swabo leerde ik van Stefan van Klink behalve trainen ook de tactiek van de koers. Hij sprak uit wat hij verwachtte van de koers. Dat gaf me veel vertrouwen. Dan dacht ik ‘o ja daar hebben we het over gehad en Stefan verwacht dat het daar gaat breken, dan moet ik voorin zitten.’ Dat was heel belangrijk. Bij Parkhotel werd dat tactische verhaal door Bart Faes en Raymond Rol uitgebreid. Marieke van Wanrooij was daar een soort van mental coach voor ons. Daar belde je één keer in de week mee. Vooral aan het begin van je carrière is dat belangrijk. Het waren vaak gezellige praatjes over trainingen en doelen. Dat gaf rust, dat je al over je verwachtingen kon spreken. Als je een blessure had, kon je ook bellen. Zodat je toch in contact bleef. Bij Parkhotel was die aandacht er ook, dat is vooral voor jonge rensters heel fijn.”

Hogeschoolwielrennen bij SD Worx
“Ik ben blij met mijn transfer naar SD Worx. Wat een jaar heb ik hier al gehad. Ik won Luik-Bastenaken-Luik. Mag naar de Spelen. Er komt vast nog meer moois aan, maar eigenlijk is mijn jaar al geslaagd. Iedereen van de ploeg is in deze fase van mijn loopbaan heel belangrijk, ik leer nog altijd heel veel. Met Anna van der Breggen heb ik veel opgetrokken de laatste tijd. We zijn samen op hoogtestage geweest. Het was mijn eerste keer, dan is het fijn dat er iemand mee gaat die zo ervaren is. Ze geeft ook tips over voeding en allerlei praktische dingen. Ploegleider Danny Stam was er bij bijna al mijn wedstrijden bij in de ploegleiderswagen. Je hebt even nodig, maar raakt snel op elkaar ingespeeld. In het begin was het een beetje zoeken naar vertrouwen. Maar ik leerde snel dat ik moest doen wat ik als opdracht mee kreeg, dat dat werkte.”

Tokyo is geen eindstation
“Na twee WK’s rijd ik nu voor het eerst voor TeamNL op de Spelen. Op grote toernooien was het al fijn dat bleek dat het onderlinge vertrouwen met bondscoach Loes Gunnewijk er is. Ze weet ook wat ik kan, dat is fijn. Je leert altijd en overal wat. Dat zal bij de Olympische Spelen ook zo zijn. Dat wordt een grote ervaring, om dat mee te maken. Het is wel een unieke wedstrijd. Je weet niet hoe het gelopen was als 2020 een normaal seizoen geweest was, hoe ik me dan had kunnen laten zien en of ik dan in Tokyo gereden had. Maar ik ben weer een jaartje sterker en een jaartje wijzer, dat is voor mij sowieso niet in mijn nadeel geweest. Ik hoop dat we met een gouden medaille voor Nederland naar huis gaan. De winst moet voor TeamNL zijn. Het maakt niet uit wie het is.”

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *